Het verhaal van mijn vriend
Ik wil je vertellen van mijn vriend Chris, die door mijn
schuld in elkaar geslagen werd en mij toch alles vergaf. Door hem ben ik
geworden wat ik ben, een sociaal werker in de wijk, waar ik als kind de buurt
onveilig maakte. Ik vertel dit verhaal aan iedereen die het horen wil, want het
is een verhaal van hoop. Luister.
Onze school, de Meester Baarsschool, stond precies op de
grens van twee wijken. Er zaten kinderen op uit de Bloemenbuurt, een
verwaarloosde vieze buurt, en de Prinsenbuurt. De Prinsenbuurt was een nette
buurt met veel koophuizen en groene plantsoenen. Mijn vrienden en ik kwamen uit
de Bloemenbuurt. We vormden een soort troepje, dat altijd over straat zwierf en
kattenkwaad uithaalde. Veel van mijn vrienden kwamen uit eenoudergezinnen. Ze
leidden een ongeregeld leven en aten maar wanneer het hun uitkwam of hingen tot
in de kleine uurtjes achter de tv, waar ze niet bepaald veel goeds van leerden.
Op school ging het natuurlijk niet al te best.
Hoe kan het ook anders als je niet uitgeslapen bent,
slecht gevoed, vol vreemde gedachten over de wereld om je heen. Voor mijn
vrienden en mij, was de straat ons thuis, waar we allerlei dingen naspeelden
die we in politieseries op de tv hadden gezien. We bekalkten muren met onze
graffiti, braken de antennes van de auto's af, vernielden fietsen en
tramhokjes, kortom we groeiden op voor galg en rad. Tot op de dag dat Chris bij
ons op school kwam.
'Kinderen, dit is Chris Leeflang,' zei de meester, 'Hij
komt in onze klas. Zorg dat hij zich bij ons op z'n gemak voelt.'
Chris, met zijn donkere ogen en krulletjeshaar, grijnsde
zo grappig naar ons, dat we hem gelijk sympathiek vonden. En... hij mocht
zowaar naast mij zitten.
'Waar kom je vandaan?' fluisterde ik toen de meester
even niet keek.
'Nieuwland,' fluisterde Chris terug. 'Weet je waar dat ligt?'
Nou, ik had er nog nooit van gehoord, maar knikte toch
heel arrogant van 'tuurlijk!'
''t Is daar prachtig.' fluisterde Chris, 'Veel natuur en
zo, weet je wel?'
Mmm! zei ik. Die Chris had wat, vond ik. Iets vredigs,
iets vrolijks. Gek, ik kreeg zomaar het verlangen om meer van hem te weten te
komen.
'Zullen we na schooltijd wat voetballen?' stelde ik maar
meteen voor, bang dat anderen Chris van mij zouden aftroggelen.
Van die dag af waren we de beste vrienden. En niet
alleen ik, maar nog een paar jongens
klitten voortaan om die nieuweling. Zoals ik al zei: alles veranderde met de
komst van Chris. We richtten ons eigen voetbalclubje op, dat we de 'Eagles'
noemden. Chris hield er niet van dat er geschopt of nagetrapt werd. Dus stelden
we onze eigen strakke regels op. Wie zich daar niet aan hield werd uit de club
gegooid. En voortaan niet meer laat naar bed of ongezond eten. Chris, die
wijsneus, toonde ons uit zijn plakboeken dat een topsporter er alles aan doet
om in conditie te blijven. Dus we aten sla, worteltjes en bruinbrood met kaas.
We jogden door het park en hielden een straatverkoop van onze oude rommel voor
de aankoop van allemaal dezelfde shirts. Zo vlogen de dagen en weken voorbij. We
waren bijna de slechte gewoontes van vroeger vergeten, toen er iets heel naars
gebeurde. Het was juist in de tijd dat jeugd uit de Bloemenbuurt nog al wat
auto's had beschadigd in de Prinsenbuurt. Er was zelfs een artikel over
verschenen in het wijkblad. Dat hitste de woede van de Prinsenbuurter
autobezitters nog meer op. Iedereen was heel alert op de mogelijke daders. Dit
alles was echter volkomen langs ons heengegaan. We hadden wel wat anders aan
ons hoofd. Op die bewuste dag liepen we wat te geinen over de Prins
Hendrikkade. Ach je weet wel, een beetje schreeuwen en dollen, maar niks
slechts. Plotseling viel mijn oog op een Mercedes- embleem, dat uitdagend
prijkte op de neus van een spierwitte dure car. Hoe ik zo stom was, begrijp ik
achteraf zelf niet, maar in het voorbijgaan rukte ik het er snel vanaf en stak
het in mijn zak. Chris, die voorop liep, had niks gemerkt. Hij was met Jason in
discussie over noppen van voetbalschoenen, of zo. Maar hij kwam er gauw genoeg
achter, want toen we even later bij de sporthal op het hek wilden gaan zitten
kwam er met piepende remmen een auto op ons af. Een paar mannen sprongen eruit
met boze en agressieve gezichten.
'Wegwezen!' riep Jason nog, eigenlijk instinctmatig, en
we stoven alle kanten uit. Iedereen, behalve Chris. Die was het immers niet
gewend dat hij achterna gezeten werd. En laf als we waren, lieten we hem
allemaal in de steek...
Laat, heel laat die avond, werden we gebeld door Chris'
moeder. Er was iets vreselijks gebeurd. Chris was zo in elkaar geschopt, dat
hij bewusteloos naar het ziekenhuis moest worden gebracht. Zijn neus was
gebroken, zijn jukbeen dik en opgezwollen. Zwarte korstjes bloed zaten rondom
zijn mond en dagenlang kon hij niet kauwen. Arme Chris. Hij kreeg de klappen
die ik verdiende. En die wij allemaal verdienden. Wij, jongens uit de
Bloemenbuurt, met onze criminele daden.
De mannen die het gedaan hadden, kreeg natuurlijk de politie op z'n dak. Maar
daar was Chris niet mee geholpen. Met bonzend hart belde ik de volgende dag bij
mijn grote vriend aan. Al mijn zakgeld had ik gestoken in een cadeau: een
prachtige leren knetter. Nooit zal ik vergeten hoe Chris daar op de bank zat
met dat toegetakelde gezicht. Maar zijn guitige ogen straalden toen hij zei:
'Ach joh, alles vergeten en vergeven, hè! We blijven vrienden.'
Een tijdje later is Chris weer teruggegaan naar
Nieuwland. Zijn ouders konden het toch niet wennen in de grote stad. Maar nooit
meer heb ik andermans eigendommen vernield. Ik had mijn lesje geleerd...
Nou zul jij misschien
vragen: Hoe komt het toch dat Chris zo goed kon vergeven? Ja, die vraag stelde
ik hem ook. En weet je wat hij zei?
'Ach, ik heb zelf ook een vriend, die mijn schuld droeg. Hij heet Jezus.
Ken jij hem al?'...
Zo werd die dag het begin van mijn leven met God. Begrijp
je nou dat ik dit verhaal aan iedereen wil vertellen?