Nappie vindt zijn held

 

Nappie is dol op geschiedenis. Op het tafeltje naast zijn bed liggen wel vijf boeken over geschiedenis. Die heeft hij van zijn moeder gekregen. Elke avond leest hij er wat uit. Er is echter een boek, dat zijn favoriet is. Het gaat over Napoleon. Die beroemde keizer staat op de buitenkant afgebeeld, fier rechtop zittend op zijn wit paard. De rode cape wappert achter hem aan, terwijl hij z'n rechterhand uitstrekt om het bevel te geven: 'Ten aanval!'

Nappie kan er maar niet genoeg van krijgen om naar de plaatjes te kijken en te lezen hoe Napoleon zichzelf tot keizer kroonde, heel Europa overwon en zelfs naar Rusland trok. Tijdens de geschiedenisles op school is Nappie vol aandacht. Later wil hij geschiedenisleraar worden, net als z'n moeder. Zij geeft les op de havo. Ja, daardoor is Nappie wel vaak alleen, want lerares zijn is een drukke baan. Je went wel aan alleen zijn hoor. Maar toch... Diep in zijn hart is er een groot verdriet.

 

Je moet weten dat Nappie eigenlijk een tweelingbroertje had. Toen ze tweeëneenhalf jaar oud waren is Leon gestorven. Nappie was nog maar zo jong en toch maakte het op hem een heel grote indruk. Nog dagen en wekenlang vroeg hij naar zijn broertje. Moeder had zelf te veel problemen om aan Nappie te denken en korte tijd later ging zijn vader ergens anders wonen, zodat de kleine jongen eigenlijk ongetroost bleef. Nu is Nappie al tien. Iedereen denkt, dat hij Leon wel vergeten is, maar dat is niet zo. Vaak ligt hij in bed te dromen over hoe het zou zijn als Leon nog zou leven. Dan zouden ze samen grapjes maken en stoeien...

 

Op een dag wordt hij ziek. De dokter, die erbij gehaald wordt, begrijpt niet wat hem mankeert. Eigenlijk kan hij niets vinden. Nappie moet in bed blijven wegens de koorts. Nu worden de dagen nog saaier, want moeder moet natuurlijk toch naar school. Af en toe komt er een buurvrouw naar hem kijken. Nappie ligt maar te piekeren, met heimwee in z'n hart naar zijn broertje. Dan komt Chrissie hem opzoeken, z'n klasgenootje.

'Hoy, Nappie! Hoe gaat het, joh?'

'Gaat wel.'

Chrissie heeft wat voor hem meegenomen. Een pak tekeningen en kaarten van de kinderen uit de klas en van hemzelf nog een boek. Ja hoor, een geschiedenisboek.

'Het is een heel oude geschiedenis,' zegt Chrissie, 'maar wel echt gebeurd.' Nappie leest de titel: 'Bijbelse Geschiedenis.' Hij is er blij mee en bedankt Chrissie.

'Ja joh, al goed,' antwoordt die wat verlegen. 'Zullen we nog een spelletje doen?' Het wordt mens-erger-je-niet. De middag vliegt om, jammer genoeg. Het was echt fijn.

'Ik kom gauw weer terug,' belooft Chrissie bij het afscheidnemen. Als moeder thuiskomt vindt ze hem echt wat opgefleurd. De volgende dag begint Nappie in z'n nieuwe boek te lezen. Het boeit hem geweldig. Wat een spannende verhalen staan er in. Nappie is ergens halverwege begonnen. Het gaat over een man, die Jezus heet en iemand weer levend maakt. Op een grote plaat zie je die dode uit het graf komen met allemaal doeken om zich heen. Eronder staat: 'Lazarus, kom eruit!' Zou het echt gebeurd zijn? Nappie bladert wat verder. Dan trekt een heel grote plaat z'n aandacht. Jezus hangt er aan het kruis.

'Wat?' vraagt hij zich verbaasd af. 'Waarom hebben ze hem vermoord?' Treurig valt hij terug in de kussens. Er drupt een traan uit z'n gesloten ogen. Moeder vindt hem weer erger ziek. Ze meent dat het de schuld is van het vele lezen en zegt: 'Geef dat boek maar hier. Dat spant je te veel in.' Het Bijbelse Geschiedenisboek belandt boven op de kast.

 

Maar in die nacht gebeurt er iets. Nappie droomt. Jezus komt naar hem toe in een mooie witte mantel. Liefdevol pakt Hij Nappie's hand. 'Kom kind, voortaan doen we alles samen.' zegt Hij. Nappie ontwaakt en glijdt zijn bed uit. Hij klimt op een stoel en pakt het boek weer van de kast, nieuwsgierig naar de afloop van het verhaal. Weet je wat hij ontdekt? Jezus is niet dood gebleven, maar Hij leeft. Hij is naar de hemel gegaan en maakt een plaatsje klaar voor een ieder die in Hem gelooft. Nappie is er opgewonden van. Jezus leeft nog steeds. Hij heeft echt gezegd: 'Ik ben met je tot het einde van de wereld!'

Vanaf dat moment gaat het snel vooruit met de jongen. In een paar dagen tijds is hij opgeknapt. Niemand begrijpt hoe dat komt. De dokter niet en moeder niet. Het is een geheim tussen Nappie en Jezus. En bovendien krijgt Nappie ook een leuke vriend, Chrissie. Nu hoeft hij zich nooit meer echt eenzaam te voelen. Voortaan is Nappie's held niet meer Napoleon maar Jezus.