Ananias en Saffira hadden zich bij de christenen aangesloten niet lang na het eerste Pinksterfeest.

Ze bezochten alle samenkomsten in de tempel en maakten veel vrienden. Wat zo mooi was: iedereen deelde zijn spullen met iedereen. Het was een hechte groep.

“Weet je wat ik heb gemerkt?” zei Ananias tegen zijn vrouw.

“De buren zijn tegenwoordig veel aardiger tegen ons. “

“Dat klopt,”zei Saffira. “Toen ik op de markt was hoorde ik ze met lof over ons praten.”